Sinds de komst van James is er bij ons thuis sprake van pandemie. Zeg maar gerust een pandemie op vier korte pootjes. Ik ben besmet met het Teckelvirus. En de symptomen zijn ernstig...
Zodra ik iets zie dat ook maar in de verste verte de proporties van een knakworst op pootjes heeft, gaat mijn verstand op zwart en mijn pinpas op ‘on’.
Toilettas? Hebben. Zadelhoesje? Cruciaal voor mijn fietsgeluk. Een Teckel van Lego? Pure noodzaak voor mijn mentale welzijn.
Mijn grootste dealer is de Hema. Die Takkie-collectie is mijn persoonlijke ondergang. Elke maand rollen ze daar weer iets nieuws uit de fabriek en elke maand sta ik daar met die glazige blik in mijn ogen. Het enige waar ik me momenteel nog met trillende handen langs weet te slepen, is de babycollectie.
Mijn gezin protesteert inmiddels hevig:
• “Serieus? Nóg een notitieblok met een hond erop?”
• Ik: “Ja, maar deze kijkt naar links! Die andere keek naar rechts!”
• “Je hebt al twintig paar teckelsokken...”
• Ik: “Die moeten we echt hebben. Voor het geval de rest in de was zit. Allemaal tegelijk.”
De kinderen hebben mijn toekomst al uitgestippeld. Ik word later “Oma Takkie”. Nou, prima, maar dan bereid ik me wel vast voor. Die toekomstige kleinkinderen ontkomen er niet aan: ze gaan van de Takkie-romper direct door naar de Takkie-pyjama in de Takkie-slaapzak onder een Takkie-dekbed.
Het is eigenlijk heel simpel: of mijn kinderen moeten een beetje vaart maken met die nakomelingen, of de Hema moet die babycollectie nog twintig jaar in het assortiment houden. Ik hou me nu nog in, maar de rek is eruit. Letterlijk.
Laatst zag ik hem staan: de Takkie-koffer. Ik voelde de blikken van mijn huisgenoten in mijn rug branden, maar ik hoorde de koffer fluisteren: “Neem me mee!” Dus ja, hij staat nu op zolder. Sorry hoor, maar die kon ik toch niet laten staan? Ja… ja.. ik wéét het…!
Reactie plaatsen
Reacties